Race week Rotterdam marathon 2026

Nog een paar nachten en dan sta ik aan de start van de Marathon van Rotterdam. De voorbereiding was allesbehalve perfect, maar wanneer is een marathonblok dat ooit wel? Ondanks de hobbels onderweg staan de signalen inmiddels op groen. Fit genoeg om er een mooie race van te maken en scherp genoeg om voor een nieuw personal best te gaan. Na mijn 2:52 in Amsterdam in 2023 ligt de focus nu op sub 2:45. Het harde werk zit erop. De laatste dagen draaien vooral om herstellen, vertrouwen houden en fit aan de start verschijnen.

De voorbereiding

Het trainingsblok begon in december met een rustige opbouw. Na Lakeland 50, een zware ultra van 80 kilometer met ruim 3000 hoogtemeters en waar ik niet zonder kleerscheuren uit was gekmen, had mijn lichaam tijd nodig om volledig te herstellen. Toen dat eenmaal lukte, werd het doel voor Rotterdam snel duidelijk: een flinke stap vooruit zetten op de marathon.

De eerste trainingsweken verliepen sterk, totdat mijn linker achillespees begon op te spelen. Geen scherpe pijn, maar wel duidelijke signalen dat het lichaam wat gas terug wilde nemen. Trainingsbelasting, (te) weinig herstel tussen sessies en lopen in de sneeuw begonnen hun tol te eisen. Januari werd daarom een maand van aanpassen. Minder loopkilometers, meer focus op krachttraining en slim omgaan met belasting. Ondanks dat leverde het nog steeds een PR op de 10 kilometer op.

Eind januari volgde een reis naar Suriname. Op papier ideaal voor extra trainingsuren, maar in de praktijk bleek dat anders. De hitte, het verkeer en de omstandigheden maakten consistente marathontraining lastig. Achteraf gezien was dat misschien precies wat nodig was: extra herstel voor de achillespees. Tegelijkertijd betekende het ook dat een belangrijk deel van de marathonspecifieke voorbereiding wegviel.

Aanpassen aan de situatie

Na terugkomst werd de focus simpel. Niet vasthouden aan een perfect schema, maar werken met wat het lichaam op dat moment aankon. Vier tot vijf looptrainingen per week, gecombineerd met twee krachttrainingen. Fysiek en mentaal waren het uitdagende weken. Continu zoeken naar de juiste balans tussen prikkelen en herstellen. De laatste weken begonnen de puzzelstukjes eindelijk weer op hun plek te vallen. Hartslag, tempo en gevoel kwamen weer samen zoals het hoort en ik gewend was. De laatste lange training van 40 kilometer, met meerdere blokken op marathontempo, gaf vooral vertrouwen. Precies wat nodig was richting de taper.

Taperen: vertrouwen op het werk dat gedaan is

De laatste fase voor een marathon draait niet meer om fitter worden, maar om fris aan de start verschijnen. Minder kilometers, wat korte intensieve prikkels en vooral veel herstel. Toch blijft taperen misschien wel het lastigste onderdeel van een marathonblok. Het lichaam wil bewegen, kleine pijntjes lijken ineens overal op te duiken en twijfel ligt altijd op de loer. Juist nu draait alles om rust bewaren, goed eten en vertrouwen houden in het proces.

Het doel

Sub 2:40 zal nog even moeten wachten. Daarvoor zijn simpelweg te veel belangrijke trainingsweken verloren gegaan. Het doel voor Rotterdam is nu sub 2:45, met hopelijk een kwalificatie voor Berlijn 2027 als resultaat. Maar uiteindelijk blijft het belangrijkste doel hetzelfde: fit blijven, genieten van de race en met een glimlach over de finish komen.